KENNIS · HET CIJFER ZELF
Wat is een goede conversieratio voor een vakbedrijf?
Twee tot vijf aanvragen per honderd bezoeken is het ijkpunt dat je overal vindt, en als startpunt deugt het. Alleen kun je er bij een vakbedrijf niets mee, en dat is narekenbaar: bij honderd bezoeken loopt de marge rond een gemeten 3% van 0,6% tot 8,5%. Binnen die marge vallen álle benchmarks die op internet staan, van 1% tot 6,6%. Je meting kan dus niet zien of je bij de slechtste of bij de beste hoort. Een percentage wordt pas leesbaar vanaf ongeveer tweehonderd bezoeken per meetvenster, en twee versies vergelijken vraagt er ruim elfhonderd per versie. Reken tot die tijd in aantallen: aanvragen per kwartaal, niet procenten per maand.
De rekensom is het probleem niet
Aantal aanvragen gedeeld door aantal bezoeken, maal honderd. Achttien aanvragen uit 750 bezoeken is 2,4%. Daar is niets ingewikkelds aan, en toch gaat het bij vrijwel elk vakbedrijf mis. Niet in de deling, maar in de twee getallen die je erin stopt.
De teller. Wat telt als aanvraag? Een verzonden formulier is makkelijk te registreren, en daarom telt vrijwel iedereen dát. Een vakbedrijf krijgt zijn werk binnen via de telefoon en via WhatsApp. Die twee worden zelden geteld, en dus staan ze niet in het percentage. De noemer. Wat telt als bezoek? Alle paginaweergaven, alleen de mensen uit Google, of alleen de bezoeken op de dienstpagina? Drie verschillende noemers geven drie verschillende uitkomsten op precies dezelfde site.
Wij lopen tegen die twee zelf aan, en dat is bruikbaarder dan het klinkt. Op de twee vakbedrijfsites die wij beheren staat sinds 24 augustus 2026 een kleine teller die een klik op een telefoonnummer, een e-mailadres of een WhatsApp-link registreert. Wat er niet op staat is een teller voor bezoeken. Wij hebben dus wel een teller en geen noemer, en daarom kunnen wij van onze eigen cijfers geen conversieratio maken. Zo staan beide sites die wij meten erbij, en niets in hun opzet wijst erop dat ze uitzonderlijk zijn. Hoe vaak dit bij andere vakbedrijven voorkomt weten wij niet: wij hebben er twee gemeten, en van twee sites maak je geen landelijk beeld. Dat is dezelfde rekenregel die de rest van deze pagina op de benchmarks toepast, en hij geldt ook voor ons.
Waarom het cijfer bij dit formaat niet leesbaar is
Stel je meet een maand lang en je komt uit op drie aanvragen uit honderd bezoeken. Dat is 3%, keurig in het midden van alles wat je online leest. Maar drie is een klein aantal, en bij kleine aantallen hoort een grote marge. Reken hem uit en je krijgt dit: de werkelijke conversieratio van die site ligt met 95% zekerheid ergens tussen 0,6% en 8,5%.
| Bezoeken | Aanvragen | Werkelijke waarde ligt tussen | Breedte | Bruikbaar? |
|---|---|---|---|---|
| 100 | 3 | 0,6% tot 8,5% | 7,9 punt | onleesbaar |
| 200 | 6 | 1,1% tot 6,4% | 5,3 punt | net leesbaar |
| 500 | 15 | 1,7% tot 4,9% | 3,2 punt | bruikbaar |
| 1.000 | 30 | 2,0% tot 4,3% | 2,2 punt | bruikbaar |
| 2.500 | 75 | 2,4% tot 3,7% | 1,4 punt | scherp |
| 5.000 | 150 | 2,5% tot 3,5% | 1,0 punt | scherp |
Die eerste regel is de hele pagina. Zet er de benchmarks naast die wij op 8 september 2026 op Nederlandse pagina's over dit onderwerp hebben gelezen, en kijk wat er gebeurt.
| Genoemd getal | Waarover | Waar wij het lazen | Binnen 0,6% tot 8,5%? |
|---|---|---|---|
| 1,78% | gemiddelde van Nederlandse webshops | gonect.nl, dat Yaguara noemt zonder jaartal | ja |
| 1,8% tot 3% | webshops, wereldwijd | monkeyvision.nl, dat Triple Whale noemt zonder jaartal | ja |
| 2% tot 5% | B2B en dienstverlening | monkeyvision.nl, zonder bron | ja |
| 2% tot 5% | aanvragen per honderd bezoeken, dienstverlenend MKB | mooionline.nl, als praktisch eerste ijkpunt | ja |
| 3,52% | internationaal gemiddelde van webshops | gonect.nl, dat Dynamic Yield 2024 noemt | ja |
| 5,13% | gemiddelde over dertien sectoren | mooionline.nl, dat Ruler Analytics 2026 noemt | ja |
| 6,1% | professionele dienstverlening | mooionline.nl, dat Ruler Analytics 2026 noemt | ja |
| 6,6% | mediaan van landingspagina's | mooionline.nl, dat Unbounce Q4 2024 noemt (41.000 pagina's) | ja |
Acht van de acht. In gewone taal: met honderd bezoeken per maand kan je eigen meting niet uitmaken of je bij de zwakste webshop van Nederland hoort of bij de beste landingspagina van Unbounce. Het percentage dat je uitrekent is geen prestatie maar een worp. Dat is geen reden om niet te meten, wel om er geen beslissing op te nemen.
Wat wij zelf tellen, en wat dat waard is
Hieronder staat wat er in negen dagen op twee vakbedrijfsites gebeurde die wij beheren. De bezoekcijfers komen uit Search Console (dat zijn alleen de kliks uit Google, er komt dus meer bezoek dat wij niet zien), de contactmomenten uit onze eigen teller. De twee sites staan er zonder naam en zonder vak: dat zijn hun bedrijfsgegevens.
| Site | Vertoningen in Google | Kliks uit Google | Contactmomenten |
|---|---|---|---|
| Vakbedrijf A | 1.064 | 6 | 0 |
| Vakbedrijf B | 252 | 10 | 3 |
| Samen | 1.316 | 16 | 3 |
De verleiding is nu om 3 door 16 te delen en 18,8% op te schrijven. Doe dat niet, en dit is waarom: die twee getallen komen uit twee verschillende tellers die niet dezelfde noemer hebben. De 16 zijn kliks uit Google. De 3 zijn contactmomenten van álle bezoekers, ook die rechtstreeks binnenkwamen, via Maps of via een verwijzing. Je zet dan een deel van het bezoek onder een streep met daarboven de aanvragen van het geheel. Wat eruit komt is geen conversieratio maar een bovengrens, en hij is systematisch te hoog.
Dit is de meest voorkomende meetfout in dit hele onderwerp, en hij is bijna onzichtbaar omdat het antwoord er redelijk uitziet. Wie 18,8% van ons zou overnemen, publiceert een getal dat nergens op slaat. Wij publiceren daarom de twee tellingen apart, met hun periode en hun bron, en de mededeling dat ze niet door elkaar gedeeld mogen worden.
Wat de tabel wél laat zien is de orde van grootte, en die is het echte antwoord op de vraag. Zestien bezoekers uit Google in negen dagen over twee sites is ongeveer zevenentwintig per site per maand. Zelfs als het werkelijke bezoek drie keer zo hoog ligt, duurt het maanden voordat één site aan de tweehonderd komt waarbij een percentage begint te spreken, en ruim een jaar voordat de marge onder de tweeënhalf procentpunt zakt. Over veertien dagen, van 25 augustus tot en met 7 september 2026, telde de teller zeven contactmomenten over beide sites samen.
Dat is geen tegenvaller maar een ontwerpgegeven van deze twee sites: weinig bezoek, hoge waarde per opdracht. Of dat het profiel is van vakbedrijven in het algemeen hebben wij niet gemeten; dat staat hier als [AANNAME]. De gevolgtrekking hangt er niet van af: een systeem dat bij dit bezoekvolume op procenten stuurt, stuurt op ruis. Dat volgt uit de rekensom hierboven, niet uit onze ervaring. Wat er in die negen dagen gebeurde met de zichtbaarheid staat los daarvan en beweegt veel sneller; hoe die schakels zich tot elkaar verhouden staat in wanneer merk je er iets van.
Wat mensen hierover echt intypen
Google vult deze vraag zelf aan. Gemeten op 8 september 2026 met hl=nl en gl=nl komt er dit terug: conversieratio berekenen, conversieratio betekenis, conversieratio formule, conversieratio afkorting, conversieratio synoniem, conversieratio verhogen, gemiddelde conversieratio website, conversie percentage berekenen, hoeveel bezoekers website is goed en hoeveel bezoekers heeft mijn website.
Twee dingen vallen op. Vier van die tien gaan over het woord zelf: wat het betekent, hoe je het afkort, wat het synoniem is, wat de formule is. Dat is het profiel van een term die mensen tegenkomen en niet zelf gebruiken. En geen enkele formulering bevat een vak, een bedrijfstype of het woord aanvraag. De taal van dit onderwerp is de taal van webshops, en een vakbedrijf dat de vraag stelt landt daardoor in de meting van iemand anders. Autocomplete is geen zoekvolume, wel een ondergrens: wat Google zelf aanbiedt, wordt gevraagd.
Wat de Nederlandse antwoorden hierover zeggen
Wij hebben op 8 september 2026 de best vindbare Nederlandstalige antwoorden op deze vraag gelezen, plus het antwoord dat een AI-assistent er nu op geeft. Er staan zinnige dingen in, en één ervan is aantoonbaar het beste van het stel. Geen van vier noemt de drempel.
| Bron | Wat er goed aan is | Wat er ontbreekt |
|---|---|---|
| mooionline.nl | Het enige antwoord dat over dienstverleners gaat in plaats van over webshops, met bronnen erbij (Ruler Analytics 2026, Unbounce Q4 2024) en het advies om over negentig dagen te kijken in plaats van over een maand. | Noemt in dezelfde tekst 1% tot 3% als basis en 6,1% voor professionele dienstverlening, zonder die twee tegen elkaar op te lossen. Geen datum op het artikel, en geen woord over hoeveel bezoeken je nodig hebt. |
| monkeyvision.nl | De volledigste verzameling benchmarks, netjes uitgesplitst naar branche, apparaat en type pagina, met de bron erbij genoemd. | Bij geen van die bronnen staat een jaartal, en het geheel gaat over webshops. De twee regels over dienstverlening staan er zonder bron. Nergens een steekproef. |
| thesuccessagency.nl | Redeneert per type bedrijf en legt goed uit waarom een advocaat een ander percentage hoort te hebben dan een kapsalon. | Geen enkele bron onder de genoemde percentages, en de aanname dat het cijfer bij elk formaat bedrijf afleesbaar is blijft onbesproken. |
| AI-antwoord, sampled | Vat de Nederlandse pagina's correct samen en zegt er eerlijk bij dat het per branche verschilt en dat je vooraf moet bepalen wat je meet. | Geeft “2 tot 5%” als antwoord op een vraag over een vakbedrijf, zonder te melden dat een vakbedrijf dat verschil niet kan meten. Het antwoord is zo goed als de pagina's eronder, en dat is precies het probleem. |
De aanbeveling van mooionline.nl om over negentig dagen te kijken in plaats van over een maand is de beste raad die op dit onderwerp in het Nederlands staat, en wij nemen hem hieronder over. Wat er ontbreekt is het getal erachter: negentig dagen is geen doel op zich, het is de tijd die een kleine site nodig heeft om aan genoeg bezoeken te komen.
Waarin je dan wel rekent
Vijf stappen, in de volgorde waarin ze het meeste schelen. Ze kosten samen minder tijd dan het opzoeken van een benchmark.
- Tel aanvragen, niet procenten. Hoeveel serieuze aanvragen kwamen er dit kwartaal binnen, en hoeveel het kwartaal ervoor? Dat is een getal dat je bij dertig bezoeken per maand wél kunt lezen, en het is bovendien het getal waar je bedrijfsvoering op draait. Een percentage is een tussenstap die je bij dit formaat niet nodig hebt.
- Maak van elk contactkanaal een echte link. Een telefoonnummer als tel:-link, WhatsApp als wa.me-link, een formulier met een echte verzendknop. Wat geen element is kun je niet tellen, en een assistent die straks namens iemand contact opneemt kan het evenmin bedienen. Welk kanaal dan het meeste oplevert is een aparte vraag; die staat in bellen, WhatsApp of formulier.
- Kies één noemer en houd hem vast. Alle bezoeken, of alleen de dienstpagina, of alleen het verkeer uit Google. Welke je kiest maakt minder uit dan dat je hem niet halverwege verandert. Schrijf op welke het is, met de datum waarop je begon.
- Kijk over negentig dagen, niet over een maand. Bij dertig bezoeken per maand is een kwartaal ongeveer negentig bezoeken, en dat is nog steeds weinig. Maar het is drie keer minder ruis, en het haalt de seizoensschommeling eruit die in een vak als het jouwe fors kan zijn.
- Weeg de aanvragen, tel ze niet alleen. Drie appjes over een klus van tweehonderd euro zijn minder waard dan één telefoontje over een keuken. Noteer per aanvraag wat eruit kwam. Dat is handwerk, het duurt een kwartaal voor het iets oplevert, en het is het enige cijfer op deze hele pagina dat direct over geld gaat. Wat één aanvraag jou waard is reken je uit met de rekentool voor de waarde van een aanvraag.
Wanneer een laag percentage wel een probleem is
Er is een grens waaronder het cijfer wél iets zegt, ook bij weinig bezoek. Als een dienstpagina in een kwartaal enkele honderden bezoeken trekt en er komt geen enkele aanvraag uit, dan is dat geen ruis meer: bij tweehonderd bezoeken en nul aanvragen ligt de bovengrens van de marge rond de 1,8%, en dan zit je aantoonbaar onder het ijkpunt van twee tot vijf. Dat is het moment om naar de pagina te kijken.
Maar kijk eerst naar het verkeer. Een lage uitkomst kan twee heel verschillende oorzaken hebben: de pagina overtuigt niet, of de mensen die binnenkomen wilden iets anders. Het tweede komt vaker voor dan het eerste. In de tabel hierboven staat een site met 1.064 vertoningen en 6 kliks: daar is het eerste probleem niet de pagina, maar dat vrijwel niemand hem aanklikt. Welke van de twee het bij jou is, en wat je eraan doet, staat in waarom krijg ik geen aanvragen via mijn website.
Veelgestelde vragen
- Wat is een goede conversieratio voor de website van een vakbedrijf?Twee tot vijf aanvragen per honderd bezoeken is het ijkpunt dat je voor dienstverlenend MKB het vaakst tegenkomt, en het is een redelijk startpunt. Maar bij het bezoekersaantal van een gemiddeld vakbedrijf kun je je eigen percentage niet van dat ijkpunt onderscheiden. Bij honderd bezoeken loopt de marge rond een gemeten 3% van 0,6% tot 8,5%, en daar vallen alle gepubliceerde benchmarks binnen, van 1% tot 6,6%. Een percentage wordt pas leesbaar vanaf ongeveer tweehonderd bezoeken per meetvenster. Reken tot die tijd in aantallen aanvragen per kwartaal.
- Hoe reken je een conversieratio uit?Aantal aanvragen gedeeld door aantal bezoeken, maal honderd. Achttien aanvragen uit 750 bezoeken is 2,4%. De rekensom is niet het probleem; de twee getallen erin zijn het probleem. Bijna niemand kan precies zeggen wat er als aanvraag geteld wordt en over welke periode het bezoek gemeten is, en zonder die twee definities is het antwoord geen cijfer maar een indruk.
- Hoeveel bezoekers heb je nodig voordat het cijfer iets zegt?Ongeveer tweehonderd per meetvenster voordat je eigen percentage de uiterste benchmarks uitsluit, ongeveer duizend voordat de marge onder de tweeënhalf procentpunt zakt, en ongeveer 1.141 per versie als je twee versies van een pagina tegen elkaar wilt zetten en 2% van 4% wilt kunnen onderscheiden. Die getallen zijn een berekening: Clopper-Pearson bij alfa = 0,05, en de standaard steekproefformule voor twee proporties bij 80% onderscheidingsvermogen. Iedereen die hem overdoet komt op hetzelfde uit.
- Mijn conversieratio ging van 4% naar 2%. Moet ik me zorgen maken?Als dat over honderd bezoeken per maand gaat: nee. Vier op honderd en twee op honderd zijn twee waarnemingen verschil, en hun marges overlappen bijna volledig. Je kijkt naar ruis. Kijk in plaats daarvan naar het aantal aanvragen over negentig dagen, en vergelijk dat met de negentig dagen ervoor. Reageer pas op een percentage als het aantal bezoeken erachter groot genoeg is om het te dragen.
- Waar telt een telefoontje of een appje in dit cijfer?Meestal nergens, en dat is de grootste stille fout in dit onderwerp. De meeste tellers registreren een verzonden formulier. Een vakbedrijf krijgt zijn werk juist binnen via de telefoon en via WhatsApp, en die kliks worden zelden geteld. Op de twee sites die wij meten staat helemaal geen formulier: de aanvragen die daar binnenkomen zouden in een standaardopstelling allemaal onzichtbaar zijn. Wie zijn conversieratio berekent zonder de directe kanalen mee te tellen, meet zijn eigen bedrijf verkeerd.
- Waarom staan er zulke verschillende getallen op internet?Omdat het overgrote deel over webshops gaat en een webshop iets anders telt dan een vakbedrijf: daar is de conversie een afgeronde bestelling, hier is het een gesprek dat aan een offerte voorafgaat. Daarnaast noemt bijna geen enkele Nederlandse pagina het jaartal van de cijfers die hij citeert, en niet één noemt de steekproef eronder. De getallen kunnen allemaal kloppen en tegelijk niets over jouw site zeggen.
- Wanneer is een laag percentage wel een echt probleem?Als het aantal bezoeken groot genoeg is om het te dragen, en de bezoekers de goede zijn. Duizend bezoeken op een dienstpagina met vier aanvragen is 0,4%, en dat valt buiten elke benchmark: daar is wel degelijk iets stuk. Onder de tweehonderd bezoeken is een laag percentage vaker een verkeersprobleem dan een siteprobleem, en dan is de eerste vraag niet hoe je de pagina verbetert maar of de juiste mensen hem überhaupt vinden.
- Kan ik dit meten zonder Google Analytics en zonder cookiebanner?Voor de teller wel. Een klik op een telefoonnummer, een WhatsApp-link of een verzendknop kun je registreren zonder cookie en zonder iets over de bezoeker vast te leggen; onze eigen teller doet precies dat. Voor het bezoekersaantal heb je iets nodig dat elke paginaweergave ziet. Search Console geeft je de kliks uit Google gratis en zonder banner, maar dat is niet al je bezoek: direct verkeer en verwijzingen zitten er niet in. Zolang je die twee tellers niet dezelfde noemer geeft, mag je er geen percentage van maken.
- Heeft A/B-testen zin op een vakbedrijfssite?Vrijwel nooit, en dat is te berekenen. Om een verbetering van 2% naar 4% aan te tonen heb je ongeveer 1.141 bezoeken per versie nodig, dus ruim tweeduizend in totaal. Bij dertig bezoeken per maand duurt dat jaren, en tegen die tijd is de test achterhaald. Voor een site op dit formaat is de winst niet te vinden in het testen van varianten, maar in de dingen waarvan je van tevoren weet dat ze ontbreken: een prijsindicatie, bewijs bij de dienst, een klikbaar telefoonnummer, een werkgebied dat klopt.